Laboratorium
Het laboratorium van de BKD voert diverse toetsingen uit. Hieronder zijn deze nader
toegelicht.
1. Virustoetsingen als onderdeel van de kwaliteitskeuringen
De BKD zet daar waar nodig laboratoriumtoetsen in om monsters te onderzoeken op
de aanwezigheid van virussen. Het gaat daarbij om virussen die niet of moeilijk
waarneembaar zijn te velde of in de monsterkas. Bij tulpen gaat het om o.a. witte
en gele cultivars die in de monsterkas moeilijk te beoordelen zijn op de aanwezigheid
van tulpenmozaïekvirus. Hiervoor wordt een boltoets uitgevoerd. Uitgangsmateriaal
van lelies wordt getoetst op aanwezigheid van één tot drie virussen die niet of
moeilijk waarneembaar zijn in planten maar wel leiden tot opbrengstderving of kwaliteitsverlies.
Om diezelfde reden wordt vermeerderingsmateriaal van hyacint en dahlia getoetst.
De toetsen dragen in belangrijke mate bij tot het verbeteren van de virussituatie
in deze gewassen en het handhaven van een hoog kwaliteitsniveau.
2. Diagnostiek ter ondersteuning van keuringen
Virustoetsen kunnen uitkomst bieden in die situaties waarin symptomen niet voldoende
duidelijk herkenbaar zijn. De nuances zijn soms gering en er zijn veel virussen
bekend in bloembolgewassen, waaronder virussen met een quarantainestatus in het
buitenland. De keurmeesters van de BKD kunnen een beroep doen op het BKD-laboratorium
voor virustoetsen ter ondersteuning van hun keuringswerkzaamheden.
3. Toetsen op verzoek van klanten
Naast het inzetten van de virustoetsen in het kader van keuringen zijn nog veel
meer toepassingen denkbaar. Klanten laten viruspercentages bepalen in eigen monsters.
Weefselkweekbedrijven benutten deze toetsen op verzoek vooral voor het selecteren
van gezonde planten. Meer informatie kunt u vinden op de website van Bulb Quality Support (BQS).
ELISA-methode
Voor vrijwel alle toetsen wordt gebruik gemaakt van de ELISA-methode. De methode
berust op het zichtbaar maken van de aanwezigheid van virussen door middel van een
kleurreactie. Plantensap bereid uit blaadjes, bollen of knollen wordt in een testplaat
met 96 putjes gebracht. Deze testplaat is voorbehandeld met een coating die in staat
is om selectief een bepaald type virus te binden. De eventueel in het plantensap
aanwezige virusdeeltjes zullen nu aan de testplaat blijven hechten. Na het wegwassen
van het plantensap kunnen deze virusdeeltjes via een kleurreactie zichtbaar gemaakt
worden. Hieronder is een testplaat afgebeeld gevuld met plantensap (40 posities
in tweevoud gevuld) en daarnaast het resultaat na afloop van de behandeling. Het
sap van zieke planten levert een geelkleuring op (in duplo) terwijl het gezonde
materiaal blanco toont. Rechts onderin de positieve controle.